De prehistorie slaat ons met verstomming

De prehistorie heeft de laatste weken weer enkele spectaculaire geheimen prijsgegeven. Zo hebben Amerikaanse wetenschappers de grootste slang ooit ontdekt. Het dier kroop zo'n 58 miljoen jaar geleden uit de moerassen van Zuid-Amerika en zaaide 10 miljoen jaar dood en verderf. Met een gewicht van meer dan een ton en een lengte van zo'n 14 meter was deze prehistorische slang, Titanoboa genaamd, een waar monster. Net als zijn hedendaagse familieleden - de boa en de anaconda - was de Titanoboa niet giftig. Het dier verpletterde zijn prooi in een dodelijke omstrengeling.

Enorme reptielen

De overblijfselen van het enorme dier werden gevonden in het noorden van Colombia. Daar, in een open kolenmijn, vonden onderzoekers de resten van wat mogelijk ooit 's werelds eerste regenwoud moet zijn geweest. Naast gefossiliseerde bladeren en planten troffen de wetenschappers de reusachtige resten van reptielen aan. Zo groot, dat ze de verbeelding tarten.

"We ontdekten een gigantische wereld van vergeten reptielen. Schildpadden zo groot als een keukentafel, en de grootste krokodillen in de geschiedenis van de paleontologie", zegt Jonathan Bloch, evolutie-expert aan de universiteit van Florida. De onderzoekers vonden ook de wervels van een enorme slang. "Na het uitsterven van de dinosauriërs was dit dier, de Titanoboa, zeker 10 miljoen jaar lang het grootste roofdier op Aarde", zegt Bloch.

Complete schedels

Om een idee te krijgen hoe de slang eruit moet hebben gezien, wat het dier at, en hoe het zich verhield tot andere soorten, was het zaak ook de schedel van de Titanoboa te vinden. Een lastige klus, gezien het feit dat de delen ervan erg fragiel zijn. Een slangenkop is niet, zoals onze schedel, vergroeid. De afzonderlijke delen zitten met weefsel aan elkaar. Als een slang sterft, vergaat dat weefsel als eerste en valt de schedel uiteen. Tot hun grote verbazing vonden de wetenschappers echter drie complete schedels van de reuzenslang.

Door de uitzonderlijke grootte van de Titanoboa is het een van de weinige slangen waarvan complete fossiele schedelresten zijn gevonden. Met behulp van de schedels was het mogelijk een nauwkeurige reconstructie te maken. Een replica van het dier, op ware grootte, is nu te zien in het Smithsonian Museum in Washington.

Dino met pluimen

In China hebben paleontologen onlangs de restanten van drie enorme gevederde dinosaurussen gevonden. Het was een tot nu toe onbekende soort, die familie blijkt te zijn van de Tyrannosaurus Rex. De Yutyrannus Huali is de grootste dino met veren die ooit ontdekt werd. De op één na grootste gevederde dino was 40 keer lichter dan de pas ontdekte soort. Wel moeten ze de duimen leggen voor hun grote broer: de Tyrannosaurus Rex kon liefst 12 meter groot worden.

Gevederde tiran

De gevederde dino's waren ongeveer negen meter lang en wogen rond de 1.500 kilo. Yutyrannus Huali betekent 'prachtige gevederde tiran'. Net als de T-Rex had deze soort drievingerige klauwen en scherpe tanden. De vleeseters liepen op hun achterpoten. Het nut van de 15 centimeter lange veren is de paleontologen een raadsel. Zo'n zwaar wezen zou immers nooit van de grond gekomen zijn. Mogelijk werden ze gebruikt in paringsrituelen, zoals bij sommige vogels.

Allereerste dierlijk leven

In het Etosha National Park in Namibië hebben wetenschappers dan weer sponsachtige fossielen ontdekt die weleens van 's werelds eerste dieren afkomstig zouden kunnen zijn. Deze vondst kan betekenen dat het ontstaan van dierlijk leven op Aarde miljoenen jaren vroeger te situeren valt dan tot nu toe werd aangenomen.

Fossielen

Het gaat over kleine vaasvormige fossielen van wezens, die in de rotsen van Namibiës Etosha National Park en van andere streken in het land werden ontdekt door een tienkoppig internationaal team van wetenschappers. De fossielen zijn tussen de 760 en 550 miljoen jaren oud. Tot nog toe ging de wetenschap ervan uit dat de eerste dieren 600 tot 650 miljoen jaren geleden opdoken. Volgens de onderzoekers is het niet uitgesloten dat het allereerste dierlijke leven al 100 tot 150 miljoen jaren eerder ontstond. Volgens geoloog Tony Prave komt het fossiele bewijs dat er 760 miljoen jaren geleden al dieren waren overeen met wat genetici veronderstelden door 'moleculaire klokken' te onderzoeken, namelijk een manier om de ouderdom van een soort te meten aan de hand van het procentuele verschil tussen het DNA ervan en het DNA van een andere soort.

Prehistorisch roofdier

In het zuiden van Brazilië hebben archeologen begin dit jaar de schedel opgegraven van een roofdier dat nog voor de dinosauriërs op onze planeet leefde. Het dier was ongeveer even groot als een hond, maar behoort tot een familie die helemaal uitgestorven is. De wetenschappers hadden op Google Maps een kale plek gezien en besloten op onderzoek te gaan. Hun vondst is afkomstig van een 'Pampaphoneus biccai', een reptiel met slagtanden dat ongeveer 265 miljoen jaar geleden leefde. Het roofdier maakt deel uit van een geslacht dat op dinosauriërs leek, maar dat al voor hun komst uitgestorven was.

Pampamoordenaar

Het dier beschikte over stevige kaken waarmee het stukken uit prooien knaagde, terwijl die nog leefden. De naam 'Pampaphoneus biccai' heeft te maken met de plek waar het roofdier ontdekt werd, de zogenaamde 'pampa's' of grasvlakten in Brazilië. 'Phoneus' komt uit het Grieks en betekent 'moordenaar'.

Hoewel het dier ontdekt werd in Brazilië, komt het uit een tijd dat de continenten nog aan elkaar verbonden waren in een landmassa die Pangaea genoemd wordt. Voordien was geweten dat de familie van deze wezens in Rusland, Kazachstan, China en Zuid-Afrika voorkwam. Aan het einde van het tijdperk Perm verdween het grootste deel van het leven op onze planeet. Dit roofdier heeft dan ook geen nageslacht meer rondlopen.