Amper 23 keer heeft de federale politie vorig jaar aan Twitter, Facebook of Google gevraagd om online haatboodschappen te verwijderen. En onlangs, na de aanslagen in Christchurch, stelde ze maar één proces-verbaal op. Nochtans stond het internet vol racistische commentaren, bericht Het Laatste Nieuws zaterdag.


De Internet Referral Unit (i2-IRU), de dienst bij de federale politie die bevoegd is voor het verwijderen van haatboodschappen op het web, behandelde vorig jaar 922 dossiers. Slechts 23 keer greep hij dus in.
"Als onze dienst iets ongepasts terugvindt op het internet, met een link naar ons land, proberen wij de persoon achter dat profiel te identificeren", klinkt het bij de politie. "Er wordt dan een proces-verbaal opgesteld en we vragen dat het platform de ongepaste inhoud verwijdert."
Alleen wordt een haatzaaier in werkelijkheid pas vervolgd als hij of zij zich herhaaldelijk schuldig maakt aan online haat. "Er wordt altijd gekeken naar hoe de gebruiker zich gedraagt op het web en we checken het profiel uitvoerig. Pas dan wordt beslist of hij of zij vervolgd wordt. Men maakt geen pv op voor wie één keer uit de bocht gaat."