De Amerikaanse ambassadeur in Kinshasa, Mike Hammer, heeft zaterdag geprotesteerd tegen de beslissing van de Congolese autoriteiten om het internet af te sluiten. De digitale ondernemingen in het land dreigen intussen de dupe te worden van die beslissing, die twintig dagen geleden in de nasleep van de verkiezingen genomen werd.


De Congolese autoriteiten beslisten op 31 december 2018, de dag na de presidentsverkiezingen, om de toegang tot het internet te blokkeren. Aangenomen wordt dat men op die manier wilde voorkomen dat foto's van uitslagen op sociale media zouden circuleren.
"Twintig dagen zonder internet, dat zijn twintig dagen te veel. Het moet nu hersteld worden", schrijft de Amerikaanse ambassadeur zaterdag op Twitter. "Democratieën bloeien en samenlevingen hebben succes wanneer mensen geïnformeerd zijn en vrijuit kunnen communiceren."
Intussen dreigen ook de Congolese start-ups te worden getroffen door de maatregel, meldt Silikon Bantu, een organisatie die lokale technologiebedrijven verenigt. Er wordt gesproken over een daling van de inkomsten met zowat tien procent.
Emart.cd, een onlineplatform dat voedingsmiddelen verkoopt, "realiseerde gemiddeld zestig tot zeventig leveringen per dag, maar voert er nu nog maar twee tot drie per dag uit", zo wordt als voorbeeld aangehaald. Voorts wordt gesproken over negatieve gevolgen voor de crowdfundingscampagne die de muziekstreamingsdienst Baziks had gelanceerd.
Het is nog niet duidelijk wanneer de toegang tot het internet hersteld zal worden.