De regering van de Verenigde Staten ontkent verantwoordelijk te zijn voor de economische problemen in Turkije. "De economische problemen zijn niet pas ontstaan toen we op 1 augustus van dit jaar sancties afkondigden tegen twee personen", zei de woordvoerster van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Heather Nauert, dinsdag in Washington.

De VS kondigden op 1 augustus sancties af tegen twee regeringsleden van Turkije, omdat het land de Amerikaanse priester Andrew Brunson wegens mogelijke terroristische activiteiten gevangenhoudt. Hij zou betrokken zijn bij de couppoging tegen de regering van president Recep Tayyip Erdogan in 2016. De voorbije dagen verergerde de crisis in Turkije met een koersval van de lokale munt, de lira.
Een medewerker van de ambassade in de VS bezocht Brunson dinsdag in de gevangenis. Zijn gezondheidstoestand is niet veranderd, zegt Nauert. De VS eisen van Turkije zijn onmiddellijke vrijlating. Donald Trump voerde in de zaak ook een verdubbeling in van de invoerrechten op staal en aluminium. Erdogan reageerde door op te roepen om electronica uit de VS te boycotten.
De advocaat van Brunson, Ismail Cem Halavurt, diende overigens beroep in tegen het huisarrest en het uitreisverbod van zijn cliënt, zei de advocaat dinsdagavond. Het gaat om een routineprocedure.