Amerikaanse OPCW-ambassadeur beschuldigt Rusland van mogelijke manipulatie in Doema © BELGA

Rusland heeft in de Syrische stad Doema mogelijk de plaats bezocht waar een chemische aanval plaatsvond om er te "knoeien" met de bewijzen. Dat heeft Ken Ward, de Amerikaanse ambassadeur bij de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), vandaag gezegd tijdens een bijeenkomst in Den Haag.

"De Russen zouden de plaats van de aanval bezocht kunnen hebben. We vrezen dat er sprake zou kunnen zijn van geknoei, met de bedoeling om de inspanningen van de OPCW, die een doeltreffend onderzoek wil voeren, tegen te werken", zo deelde de Amerikaanse gezant mee. "Dat roept serieuze vragen op over de mogelijkheid van de onderzoeksmissie om haar werk uit te voeren."

De uitvoerende raad van de OPCW is vandaag in Den Haag bijeengekomen om de vermoedelijke chemische aanval van 7 april in Doema, in de Syrische regio Oost-Ghouta, te onderzoeken. Het Syrische regime, dat gesteund wordt door Moskou, wordt verantwoordelijk gehouden voor de aanval. Ken Ward riep de 41 leden van de uitvoerende raad op "de Syrische regering te veroordelen voor haar beleid van chemische terreur". Daarnaast eist hij "dat de verantwoordelijken van deze afschuwelijke aanvallen verantwoordelijkheid afleggen aan de internationale gemeenschap". Damascus moet "een einde maken aan deze maskerade" en "onmiddellijk al zijn chemische wapenprogramma's bekendmaken en ontmantelen", klinkt het nog.

Het onderzoek van OPCW wordt maandag bemoeilijkt omdat Syrië en Rusland de experts van de organisatie geen toegang zouden verlenen tot Doema. Moskou ontkent dat het onderzoek wordt tegengewerkt en zegt dat de experts enkel wegens "veiligheidsproblemen" niet worden toegelaten.