Syrië en Rusland hebben volgens Britse diplomaten het expertenteam van de Organisatie voor een Verbod op Chemische Wapens (OPCW) nog niet toegelaten in Douma, waar de bevolking met gifgas zou zijn aangevallen. Dat deelde de Britse delegatie bij de OPCW op Twitter mee. Ze beroept zich daarbij op een bericht van, de directeur-generaal van het OPCW, Ahmet Üzümcü, vandaag voor de uitvoerende raad van de organisatie in Den Haag.

Het OPCW-team, dat de veronderstelde aanslag met gifgas moet onderzoeken, is zaterdag in Damascus gearriveerd, kan echter niet verder reizen. "Rusland en Syrië hebben nog geen toegang tot Douma gegeven. Onbeperkte toegang essentieel", klinkt het in de Tweet. De Syrische viceminister van Buitenlandse Zaken Faisal Mekdad bevestigde intussen dat regeringsfunctionarissen de OPCW-experten hebben ontmoet. "Met de experten, die al drie dagen in Syrië zijn op verzoek van de Syrische regering, is de samenwerking bij het onderzoek naar de veronderstelde aanval met gifgas in de stad Douma in Oost-Ghouta besproken", zo werd al-Mokdad geciteerd door het staatspersagentschap SANA. De "precisie, transparantie en onpartijdigheid" van de missie staan op de voorgrond. Er werd niets gezegd of het team de plaats van de vermoedelijk aanval al mag bezoeken.

De Russen hebben inmiddels de aantijgingen van Groot-Brittannië van de hand gewezen dat ze het werk van de OPCW in Syrië zouden bemoeilijken. "Dat is volledig uit de lucht gegrepen. Dat is nog maar eens een verzinsel van de Britten", zei viceminister van Buitenlandse Zaken Sergej Rjabkov vandaag in Moskou. Wegens de raketaanvallen van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk zijn de OPCW-experten nog niet kunnen beginnen aan hun onderzoek, klinkt het. "De gevolgen van de illegale en onwettige acties beletten dat", zei de diplomaat volgens het persbureau Interfax.