Minstens vijftien burgers zijn gedood in het Syrische rebellenbolwerk Idlib door luchtaanvallen van de regering en Rusland, als wraak voor het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig de dag voordien. Dat zei het Syrische Observatorium voor de mensenrechten vandaag. Onder de doden zijn ook acht kinderen.

Onder de doden zijn acht mensen die in de nacht werden gedood door raketten van Russische oorlogsschepen op de Middellandse Zee. Die waren afgevuurd op de stad Khan al-Subul, in het noordwesten van de provincie Idlib, aldus het observatorium. Zeven anderen kwamen om bij aanvallen van regeringshelikopters in de stad Maasran, aldus de in Groot-Brittannië gebaseerde monitor.

Gisteren schoten oppositiestrijders een Russische Su-25 neer boven Idlib. Het Russische ministerie van Defensie zei dat de piloot van de Sukhoi uit het toestel kon springen, maar in een gevecht met rebellen daarna was gedood. Nog volgens het ministerie is het toestel neergehaald door een "draagbaar raketsysteem tegen vliegtuigen".

De groep Hayat Tahrir al-Sham (HTS) zei het toestel te hebben neergehaald. HTS opereert al jaren in de regio onder een reeks verschillende namen en is nu een alliantie tussen Jabhat Fateh al-Sham (het vroegere al-Nusra Front) en vier kleinere facties.

De provincie Idlib is de enige die nog bijna volledig in handen is van de Syrische rebellen. De provincie wordt gedomineerd door jihadisten. De afgelopen weken hebben Syrische regeringstroepen, met Russische luchtsteun, de aanvallen op Idlib opgevoerd. Rusland is een van de belangrijkste bondgenoten van de Syrische president Bashar al-Assad.