Aantal burgerdoden door coalitie in Syrië en Irak vorig jaar meer dan verdubbeld © BELGA

Het aantal burgers dat vorig jaar in Irak en Syrië is omgekomen door acties van de door de VS geleide internationale coalitie ligt meer dan dubbel zo hoog dan het jaar voordien. Dat stelt de ngo Airwars in haar jaarlijkse rapport. De organisatie schrijft dit voornamelijk toe aan aanvallen op dichtbevolkte steden waar de terreurgroep Islamitische Staat (IS) de plak zwaaide. Airwars werd in de zomer van 2014 in Londen opgericht en bestaat uit journalisten en wetenschappers.

Concreet: in Irak en Syrië vielen tussen de 3.923 en 6.102 burgerdoden en 2.443 gewonden bij 766 moordende aanvallen van de VS-coalitie. In 2016 was sprake van 1.243 tot 1.904 burgerdoden. Procentueel is dat een stijging met maar liefst 215 procent.

Het aantal luchtbombardementen en gewapende interventies van de coalitie lag vorig jaar ook 50 procent hoger dan in 2016. De stijging was een stuk groter in Syrië (+71 pct) dan in Irak (+29 pct). Airwars legt in haar rapport indirect een verband tussen de alarmerend stijgende cijfers en het aantreden in januari 2017 van president Donald Trump. Diens regering voert een beleid dat nog minder rekening houdt met de zogenaamde 'collateral damage'.

De meest moordende gebeurtenis in Syrië vorig jaar was de strijd om de verovering van de stad al-Raqqa op IS. Daar vielen zeker 1.450 burgerdoden.

In Irak vloeide het meeste bloed tijdens de strijd om de metropool Mosoel. Tijdens die "bevrijdingsstrijd", tussen oktober 2016 en juli 2017, vielen bij raids door de VS-coalitie duizend tot 1.500 burgerdoden.