De avonturen van Asterix en de Brusselse correctionele rechtbank © BELGA

Weinigen hadden kunnen vermoeden dat Asterix ooit zijn opwachting zou maken voor de Brusselse correctionele rechtbank maar de kleine Galliër uit de stripreeks van Albert Uderzo en René Goscinny is nooit van een kleintje vervaard geweest. Alleen is zijn optreden, in een vonnis van de 57ste kamer, niet bij iedereen in goede aarde gevallen. Zowel aan Vlaamse als aan Franstalige kant worden heel wat wenkbrauwen gefronst. De rechter die het vonnis uitsprak, zou de zaak, rond een vechtpartij in Drogenbos, immers in het belachelijke trekken en er een communautaire tint aan geven.


Het incident waarover de rechtbank zich moest buigen, dateert van 21 februari 2017 en speelde zich af in een winkel, waar ruzie was ontstaan tussen twee klanten. Eén van de klanten, een vrouw had daarbij een brasem uit haar winkelkar gehaald en daarmee de tweede klant in het aangezicht geslagen. In zijn vonnis vergeleek de rechter van de 57ste kamer het incident met de weerkerende visgevechten in het dorp van Asterix. De vrouw die de brasemslag uitdeelde, kreeg uiteindelijk de gunst van de opschorting maar in zijn vonnis laat de rechter ook duidelijk blijken dat het incident voor hem allesbehalve belangrijk genoeg lijkt om voor een rechtbank gebracht te worden. "Waren dergelijke feiten voor een praeto (rechter) gebracht", luidt het vonnis, "zou die ongetwijfeld gezegd hebben: 'De minimis non curat praetor' (de rechter houdt zich niet bezig met onbenulligheden)." Bovendien vermeldt de rechter ook zonder aanwijsbare reden dat de feiten plaatsvonden in een "overwegend Franstalig dorp op Vlaams territorium". Het vonnis doet heel wat wenkbrauwen fronsen, zowel bij Franstalige als bij Nederlandstalige magistraten. "Niet alleen wordt een communautair tintje aan het incident gegeven, de rechter trekt de hele zaak in het belachelijke", klinkt het. "Hij lijkt het signaal te geven dat je zomaar geweld mag gebruiken."