Activisten van mensenrechtenorganisatie Amnesty International hebben vandaag in de berm voor de Colombiaanse ambassade in Brussel een graf nagebouwd. Het gaat om de laatste rustplaats van de Afro-Colombiaanse leider en landrechtenactivist Bernardo Cuero die twee jaar geleden werd doodgeschoten. Amnesty vraagt dat de Colombiaanse autoriteiten mensenrechtenverdedigers betere bescherming bieden.


Tussen 1 januari 2016 en 22 augustus 2018 registreerde de Colombiaanse mensenrechtenombudsdienst 343 moorden op activisten. Dat is een gemiddelde van één moord om de drie dagen.

Op 7 juni 2017 was dat het lot van Bernardo Cuero, die zich inzette tegen de rassenhaat die de Afro-Colombiaanse gemeenschap ondergaat. Enkele dagen nadat de Colombiaanse overheid weigerde hem te beschermen, werd hij voor de ogen van zijn echtgenote doodgeschoten. De opdrachtgevers werden nooit opgepakt, ondanks duidelijke aanwijzingen. In maart 2018, amper negen maanden na zijn dood, werden ook zijn twee zonen vermoord.

Om de kwetsbaarheid van mensenrechtenverdedigers in Colombia te onderstrepen bouwde Amnesty in het zicht van de Colombiaanse ambassade een replica van het graf van Cuero en werden 12.854 handtekeningen overhandigd aan de ambassade. Aan het nagebouwde graf hield zijn "zus" Erlendy Cuero een speech. Erlendy en Bernardo hebben geen bloedband, maar groeiden samen op en waren samen actief bij Afrodes, een organisatie die opkomt voor de rechten van Afro-Colombianen.

"Ons land heeft een geschiedenis van raciale discriminatie en de autoriteiten vinden de Afro-Colombiaanse gemeenschappen minderwaardig zijn", legt Erlendy uit. "Ze willen ons grenzen wegnemen en ons wegjagen. Het zijn nieuwe processen van slavernij."