Politie ontving van 2015 tot eind maart 2018 50 aangiftes van gedwongen huwelijken © BELGA

De politiediensten in ons land ontvingen in de periode van 2015 tot en met het eerste kwartaal van 2018 in totaal 50 aangiftes van gedwongen huwelijken. Daarin zijn ook kindhuwelijken begrepen. In 2015 werden tien aangiftes geregistreerd, in 2016 vijftien, in 2017 twintig en in het eerste kwartaal van 2018 vijf. Dat blijkt uit het antwoord van Justitieminister Koen Geens op een schriftelijke vraag van Lionel Bajart (Open Vld).


In zijn antwoord wijst Geens op de gemeenschappelijke omzendbrief COL 6/2017 van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken en van het College van procureurs-generaal over het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake eergerelateerd geweld, vrouwelijke genitale verminkingen, gedwongen huwelijken en wettelijke samenwoningen, die richtlijnen meegeeft voor de aanpak van dergelijke feiten.

Als de eerstelijnspolitie signalen opvangt die kunnen wijzen op deze misdrijven dient volgens deze omzendbrief steeds een proces-verbaal opgesteld en doorgestuurd te worden naar de procureur des konings. De voor deze materie aangestelde referentiemagistraat zal beslissen over de kwalificatie. De omzendbrief bevat ook richtlijnen voor de magistraten over het voeren van zijn onderzoeken en verdere aanpak. Het fenomeen van gedwongen huwelijken maakt ook onderdeel uit van het Nationaal Actieplan gendergerelateerd geweld 2015-2019.