"Men had dit debat in 2014 moeten organiseren" © BELGA

"Er valt wel iets te zeggen" voor een systeem waarbij de pensioenleeftijd verhoogt op basis van de evolutie van de levensverwachting, maar "dan had men dit debat in 2014 moeten organiseren, om te kijken of er een maatschappelijk draagvlak voor is". Dat zegt Frank Vandenbroucke, voormalig sp.a-minister en nu hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.


N-VA stelt voor om de pensioenleeftijd geleidelijk te verschuiven in functie van de evolutie van de levensverwachting.

"Als je het meent, komt zo'n voorstel erop neer dat je een 'spelregel' vastlegt. En het resultaat van die 'spelregel' hangt af van hoe de levensverwachting evolueert", zegt Vandenboucke. "Als je met zo'n spelregel werkt, dan krijg je in de praktijk een verschuiving van de pensioenleeftijd in kleine stapjes; je zal dan niet 15 jaar op voorhand vastleggen wat de pensioenleeftijd in het jaar 2030 zal zijn. Een beleid op basis van zo'n spelregel is wezenlijk anders dan een beleid waarbij men van lang op voorhand al beslist wat de pensioenleeftijd in de verre toekomst zal zijn."

Op zichzelf valt er voor zo'n benadering wel iets te zeggen, vindt Vandenbroucke, "maar dan had men dit debat in 2014 moeten organiseren, om te kijken of er maatschappelijk draagvlak kan worden gevonden voor zo'n geleidelijk werkende spelregel. Men had dan vooral niet moeten beslissen om de pensioenleeftijd voor mensen met onvoldoende lange loopbanen in 2025 en 2030 te verhogen tot 66, respectievelijk 67 jaar: het van lang op voorhand vastprikken van deze leeftijden en het werken met grote sprongen (één jaar bij in één beweging) is een andere strategie."

"Intussen is 67 jaar vastgeprikt als pensioenleeftijd voor mensen die in 2030 een onvoldoende lange loopbaan hebben. Ik denk niet dat het zinvol is om daarover nu nog het grote debat te voeren", vindt Vandenbroucke. "We moeten immers dringend een ander debat voeren: hoe organiseren we een pensioenstelsel dat op een coherente manier toelaat dat mensen die een voldoende lange loopbaan hebben hun pensioenleeftijd vrij kiezen, ook als ze nog geen 67 jaar oud zijn - bijvoorbeeld na een loopbaan van 42 jaar? Om dergelijke vrijheid in te bouwen, moeten er in de pensioenberekening sterke prikkels zitten die mensen belonen wanneer ze niet meteen stoppen met werken zodra ze mogen stoppen."

En zo komt Vandenbroucke opnieuw bij zijn pleidooi om de pensioenbonus weer in te voeren. De regering-Michel schafte die beloning voor langer werken af. "In plaats van te blijven discussiëren over de 67 jaar, zou men moeten discussiëren over het opnieuw invoeren van een fors versterkte pensioenbonus", vindt Vandenbroucke. "Dat is de beste manier om drie vliegen in één klap te slaan: de pensioenen verbeteren, mensen aanzetten om langer te werken, en een logisch pensioenstelsel organiseren dat een ruime vrijheid inzake de pensioenleeftijd toelaat."

"Dat men deze prioritaire discussie - hoe organiseren we flexibiliteit in het pensioenstelsel? - niet voert, maar rondjes blijft draaien rond de de discussie over de wettelijke pensioenleeftijd, is helaas een illustratie van het feit dat de politici de adviezen van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 nooit ernstig bekeken hebben."