Het Rekenhof heeft een behoorlijk vernietigend rapport opgemaakt over het ReTiBo-project bij De Lijn. Dat project voor de invoering van een nieuw registratie-, ticketing- en boordcomputersysteem sukkelde niet alleen van de ene vertraging in de andere, de kostprijs is volgens het Rekenhof ook opgelopen met bijna 42 miljoen euro. Daarbij heeft De Lijn voor 3 miljoen euro "onterechte betalingen gedaan", heeft ze de bevoegdheden van de raad van bestuur niet altijd gerespecteerd en heeft ze de regels rond overheidsopdrachten verschillende keren niet gerespecteerd.


Het ReTiBo-project is al jarenlang een zorgenkind bij De Lijn. De Lijn besliste in 2005 een nieuw registratie-, ticketing- en boordcomputersysteem (ReTiBo) op haar bussen en trams te installeren ter vervanging van het magneekaartensysteem. Het project moest in november 2014 klaar zijn, maar sukkelde van de ene vertraging in de andere en eind 2018 was het project nog steeds niet opgeleverd.
Het Rekenhof heeft het dossier nu onder de loep genomen en komt tot een erg scherp oordeel. Zo is er bijvoorbeeld het verhaal van de oplopende kostprijs. Het Rekenhof raamt de kostprijs nu op 154,7 miljoen euro of 41,9 miljoen euro meer dan de aanvankelijke (Rekenhof-)raming van 112,8 miljoen euro. De aanslepende vertragingen wegen het zwaarste door in die oplopende kostprijs (34,4 miljoen euro).
Het Rekenhof is ook kritisch voor de manier waarop De Lijn in zee is gegaan met externe partners. "De Lijn gaf de aansturing van het project bijna volledig uit handen aan een aantal externe ondersteuners", klinkt het. Bovendien had De Lijn bij de aanhoudende vertragingen zelf te weinig mogelijkheden om boetes te innen of om de leverancier te dwingen tot een betere dienstverlening. De Lijn heeft zelf voor 3 miljoen euro "onterechte betalingen" gedaan, meent het Rekenhof.
Verder heeft De Lijn volgens het Rekenhof op verschillende momenten "de bevoegdheden van de raad van bestuur niet gerespecteerd" en de wet op de overheidsopdrachten "meermaals niet nageleefd". Zo was er bijvoorbeeld voor de aanstelling van twee externe consultants geen goedkeuring van de raad van bestuur en werden die opdrachten ook niet in mededinging gesteld.