Ruim de helft (53,3 procent) van de opbrengst van de kilometerheffing, die sinds 1 april 2016 in ons land in voege is voor vrachtwagens, was vorig jaar afkomstig van vrachtwagens met een registratie in het buitenland. Dat blijkt uit cijfers van Viapass, het publiek orgaan dat de kilometerheffing coördineert en controleert in België. De vrachtwagens met buitenlandse nummerplaat brachten 379,9 miljoen euro in het laatje, tegenover 365 miljoen euro in 2017. In totaal leverde de kilometerheffing voor vrachtwagens vorig jaar 712,7 miljoen euro op, waar dat een jaar eerder nog 676 miljoen euro was.


Viapass verklaart de stijging door een combinatie van indexering van de tarieven en een stijging met 2,3 procent van het aantal gereden kilometers. In Europa zijn zowat 800.000 vrachtwagens uitgerust met een On Board Unit (OBU), het registratietoestel dat nodig is om in België te mogen rijden.
In Vlaanderen bracht de tolheffing vorig jaar 449,4 miljoen euro op, tegenover 424,4 miljoen euro in 2017. In Wallonië was dat 253 miljoen euro (241,5 miljoen euro in 2017) en in Brussel 10,3 miljoen euro (10,1 miljoen euro in 2017).
In de maanden maart, mei, juni, oktober en november legden de vrachtwagens de meeste kilometers af. In die maanden werd de kaap van de 60 miljoen euro opbrengst aan tolheffing doorbroken. Tijdens de maanden met vakantieperiodes ligt de opbrengst een stuk lager, met 1 januari als absoluut dieptepunt, wanneer er bijzonder weinig vrachtwagens op weg zijn.
Tijdens een gemiddelde werkdag rijden volgens Viapass 140.000 à 150.000 vrachtwagens op de Belgische wegen, goed voor een tolopbrengst van gemiddeld zowat 2,5 miljoen euro, zegt Johan Schoups, administrateur-generaal van Viapass.