Sinardet ziet "beetje kiezersbedrog naar Antwerpse kiezer" © BELGA

Dat N-VA-voorzitter Bart De Wever zichzelf naar voren schuift als kandidaat-minister-president, komt voor de Antwerpse professor politocologie Dave Sinardet (VUB) enigszins als een verrassing. Vooral omdat De Wever had aangegeven dat hij zes jaar burgemeester van Antwerpen zou blijven. "Naar de Antwerpse kiezer is dit toch een vorm van kiezersbedrog", aldus Sinardet.


N-VA zette zichzelf vandaag stevig in de kiesmarkt. Voorzitter De Wever schoof zichzelf naar voren als kandidaat om de Vlaamse regering te gaan leiden, terwijl Jan Jambon kandidaat is om zijn intrek te nemen in de Wetstraat 16. Huidig minister-president Geert Bourgeois zal bovenaan de Europese lijst gaan staan. De voorbije weken kwam Jambon nadrukkelijk in beeld als kandidaat-minister-president, al werd gefluisterd dat Bourgeois niet zomaar een stap opzij wilde zetten.

Sinardet gelooft dat de lijstvorming deels het resultaat is van een intern compromis. "Bart De Wever als kandidaat-minister-president is wellicht makkelijker te accepteren voor Geert Bourgeois, dan Jan Jambon of een mindere god. Waarschijnlijk heeft hij nu minder het gevoel opzij te worden geschoven, omdat de grote voorzitter himself zijn opvolger wil worden".

Toch komt de aankondiging rond De Wever ook voor de Antwerpse politicoloog enigszins verrassend. Hij kan zich ook inbeelden dat het nieuws bij een deel van de Antwerpse kiezers die voor De Wever hebben gestemd, niet in goede aarde zal vallen. De vraag is ook wie de burgemeesterssjerp zal overnemen indien De Wever het tot Vlaams regeringsleider schopt. "Maar het heeft voor een stuk ook te maken met een algemene uitwas van de Belgische politiek, waarbij politici de kiezer verleiden als kandidaat-burgemeester en daarna terugkomen op hun engagement om vrolijk voor een andere post te kandideren. Dit is democratisch niet zo gezond", vindt Sinardet.

De kandidatuur van ex-vicepremier Jambon komt voor Sinardet wat minder als een verrassing. "Eerst werd hij als minister-president in beeld gebracht. Het is duidelijk dat hij naar voren werd geschoven voor een belangrijke functie". Toch is voor Sinardet de vraag in welke mate de kandidatuur echt was. "Het klonk toch niet echt overtuigend", luidt het.

Hij merkt op dat N-VA in het verleden niet meteen stond te springen voor het premierschap. "Het probleem stelde zich ook niet, toen ze in 2014 in zee gingen met de MR", legt Sinardet uit. "Maar als Belgische premier, moet je het Belgische compromis belichamen. Dat ligt niet alleen symbolisch moeilijk, maar ook politiek voor een Vlaams-nationalistische partij die zich ook graag als anti-establishment profileert".

"De redenering achter deze lijstvorming is dat er absoluut zoveel mogelijk stemmen moeten worden gehaald en daarvoor moet al de rest wijken", gaat Sinardet voort. Hij wijst daarbij op een paradox rond het Vlaamse niveau. "Gezien de aandacht die vooral naar het federale niveau gaat, kan je niet zeggen dat Vlaanderen het belangrijkste niveau is. Maar electoraal is het wel een belangrijke sleutel tot de macht".

Zo is er op federaal niveau veel meer flexibiliteit mogelijk bij de coalitievorming, waardoor je als grootste partij nog opzij kan worden geschoven, bijvoorbeeld omdat er geen meerderheid verplicht is in beide taalgroepen. "Op Vlaams niveau wordt het al heel moeilijk om zonder N-VA door te gaan, indien ze 30 of 35 procent zou halen. N-VA kan inzetten op het Vlaamse niveau, en dat bekijken of ze federaal zonder de PS verder kan regeren. Zo niet kan ze vanuit Vlaanderen een forsere Vlaams-nationalistische kaart trekken".