De organisatie 'Ieder Kind Een Stoel' heeft van de rechter in eerste aanleg ongelijk gekregen tegen de vier overheden die het aanklaagde voor het plaatsgebrek in het Brussels Nederlandstalig onderwijs. Het doel van de organisatie was dat de rechter een hoofdverantwoordelijke die het probleem zou kunnen oplossen zou aanduiden voor het tekort aan schoolplaatsen, maar dat deed die niet. Ieder Kind Een Stoel reageert verbolgen op de uitspraak.


De rechter erkent het probleem van het plaatstekort in het Brussels Nederlandstalig onderwijs, maar stelt de organisatie in het ongelijk. Zowel de Belgische staat, de Vlaamse overheid, de Vlaamse Gemeenschapscommissie als het Gemeenschapsonderwijs worden in het gelijk gesteld.
"We moesten niet over de hele lijn winnen, maar we wilden wel gehoord worden en een gegrond standpunt krijgen van de rechter. Dat gevoel hebben we helemaal niet. De hoofdverantwoordelijkheid wordt lichtjes en voorzichtig toegewezen aan de Vlaamse overheid maar er wordt geen verantwoordelijkheid aan verbonden", verklaart Els Lenaerts van Ieder Kind Een Stoel. De inspanningen die de verschillende overheden deden, worden door de rechter erkend en als voldoende beschouwd. Een hoofdverantwoordelijke voor het plaatsgebrek en de weigeringen waarmee de ouders in Brussel te maken krijgen, werd niet aangeduid.