Aanslag Joods Museum: kalasjnikov kwam uit Kroatië © BELGA

Op het assisenproces over de aanslag op het Joods Museum hebben de juryleden vanochtend informatie gekregen over het onderzoek naar de spullen waarmee beschuldigde Mehdi Nemmouche in Marseille werd betrapt zes dagen na de aanslag. Ze vernamen onder meer dat het zware wapen dat hij bij zich had, oorspronkelijk in Kroatië werd geleverd.


De spullen van Nemmouche werden na zijn arrestatie grondig onderzocht. Van de wapens die hij bij zich had, heeft onderzoek uitgewezen dat ze werden gebruikt bij de dodelijke raid op het Joods Museum op 24 mei 2014. In de akte van beschuldiging legt het parket uit dat onderzocht werd waar de wapens oorspronkelijk vandaan kwamen.

Het serienummer op het wapen van het type Kalasjnikov leerde de speurders dat het wapen oorspronkelijk op 11 november 1998 werd geleverd in het Kroatische Golubic. De Kroatische autoriteiten konden de speurders niet wijzer maken over het verdere traject van het wapen.

Daarnaast droeg Nemmouche ook nog een revolver bij zich. Dat bleek van Spaanse makelij. Volgens het Spaanse wapenregister werd het niet meer gebruikt sinds 2001. Vijf jaar later verkocht een gespecialiseerde handelaar in Spanje het als "onklaar" gemaakt wapen aan iemand die zich voordeed als een Duitser. Het bleek om een gestolen identiteit te gaan, waarmee in dezelfde winkel zes wapens aangeschaft werden.

Naast de wapens bevatte ook de computer die Nemmouche bij zich had, opmerkelijke informatie. Op de harde schijf vonden de speurders verschillende opeisingsfilmpjes over de aanslag op het museum. De stem die daarop te horen is, lijkt die van Nemmouche te zijn. Verschillende elementen wijzen er bovendien op dat de filmpjes zijn opgenomen in de kamer in Molenbeek waar Nemmouche een tijdje verbleef.