"Radicalisering is pedagogisch probleem" © BELGA

Radicalisering is een pedagogisch probleem dat om een pedagogische oplossing vraagt. Dat heeft professor Marion van San (Erasmus Universiteit Rotterdam) vandaag geconcludeerd in de Kamer tijdens de voorstelling van haar onderzoek rond radicalisering en deradicalisering, in opdracht van denktank Itinera. Het rapport is gebaseerd op literatuurstudie wereldwijd.


Volgens van San moeten ouders steun krijgen. Maar door haar rechtsstatelijke beperking kan de overheid de taak van ouders evenwel niet overnemen, hoogstens ondersteunen (tenzij een kind in gevaar is). En het is zaak om mensen met een risico op radicalisatie "vreedzaam te laten vechten voor hun idealen". Een voorbeeld daarbij is hen sensibiliseringsacties te laten uitvoeren over bijvoorbeeld de humanitaire situatie in Syrië of hen geld te laten inzamelen voor humanitaire doeleinden in het land.

Van San zegt niet tegen detectie van radicalisering te zijn, "maar het is gewoon veel te veel, al hetgeen mogelijk een gevaar zou kunnen opleveren". "Er wordt in de sector hard gewerkt en niemand hoeft zich aangevallen te voelen. Ik heb een overzicht gemaakt en geen projecten geëvalueerd. Het is ook niet zo dat ik deradicaliseringsprogramma's afbreek, want België heeft er gewoon geen."

De professor vindt voorts dat het aan de politiek is om beter en eerlijker te communiceren over wat er mogelijk is binnen een rechtsstaat. "De boodschap dat er voor veiligheid gezorgd kan worden door detectie en het investeren in deradicalisering wekt valse verwachtingen", aldus van San.

Een waterdichte methodiek waardoor radicalisering ingeperkt kan worden, bestaat niet. "De politiek moet daarom een meer helder verhaal vertellen. Want aanslagen voorkomen, dat kan je gewoon totaal niet."