Bij de opgravingen op Hill 80/Höhe 80 in het West-Vlaamse Wijtschate hebben archeologen afgelopen zomer twee massagraven en een uniek Duits bolwerk uit de Eerste Wereldoorlog opgegraven. De resultaten van vier maanden graven en onderzoeken zijn maandag voorgesteld in Ieper.


De opgravingen bij Wijtschate waren in veel opzichten uniek. Niet alleen kwam het project tot stand dankzij een crowdfunding waarvoor 140.000 euro nodig was en werden vrijwilligers ingeschakeld voor de opgravingen, ook de locatie was uniek want het grootste deel van het terrein was na de Eerste Wereldoorlog onaangeroerd gebleven. Proefsleuven die een nieuwbouwsite vooraf gingen, legden al heel wat vondsten bloot, waardoor verder onderzoek nodig bleek.
De resultaten zijn even opmerkelijk. Er werden maar liefst 110 lichamen gevonden, van wie 70 Duitsers, 9 Britten, 3 Fransen, 1 Zuid-Afrikaan en 27 onbekenden. Slechts één Duitser kon met naam en toenaam geïdentificeerd worden. De meeste Duitsers kwamen uit het 21ste reserve regiment en werden in twee massagraven gevonden, door elkaar, opeengegooid. Van de Britten kon de afkomst niet achterhaald worden. De aanwezigheid van een Zuid-Afrikaan wees erop dat het om een samengestelde divisie soldaten ging uit het Gemenebest. Zij lagen eerder verspreid in één van de loopgraven.
Nog uniek was dat de opgravingen het volledige verhaal van de oorlog en de manier van oorlogsvoering vertelden. Zo werden er vondsten gedaan die het landelijke leven van een molenaar vertellen, want de fundering van een molen en stoommotor zijn ook gevonden, maar ook de verschillende innames van Duitsers, Britten en Fransen konden duidelijk aangetoond worden. Zo vielen de meeste Duitse slachtoffers al in 1914. Daarna trokken die op Hill 80 een indrukwekkend bolwerk op. De Britten sneuvelden in 1918 en niet in 1917 zoals eerder werd verwacht.
Ook tunnels, dug-outs en loopgravenstelsels werden gevonden en die vertoonden doorheen de jaren opmerkelijke evoluties, zoals het gebruik van planken en puin om een drainagesysteem te maken. In totaal werden 3.000 artefacten bovengehaald, uiteraard veel munitie en geweren, maar ook meetinstrumenten, dageraad en rozenkransen. De site is tevens volledig in beeld gebracht door drones en een 3D-scan. Er is zelfs een 3D-print gemaakt van de site. Dat alles om het geheel en de vondsten zo goed mogelijk te ontsluiten.
Op 11 oktober worden de Duitsers begraven in Langemark-Poelkapelle. De Britten en Fransen krijgen ook een finale rustplaats op één van hun begraafplaatsen, maar de datum en locatie zijn nog niet bekend. De onbekenden worden bijgezet in de crypte van de Belgische begraafplaats in Houthulst omdat ze gevonden werden in Belgische bodem.
Het team onder aanvoering van archeoloog Simon Verdegem zal de komende twee jaar alles onderzoeken en in een rapport voor de Vlaamse overheid gieten. "We zijn nog altijd op zoek naar fondsen, vooral omdat we het aantal lichamen op 30 of 40 hadden geschat en niet op 110", aldus Verdegem.