Zogenaamde 'sterke' wereldleiders houden er een vrouwonvriendelijk, xenofoob en homofoob beleid op na, en halen zo fundamentele vrijheden en rechten onderuit. Wereldwijd zijn er echter ook steeds meer vrouwen die op de barricades staan om actie te voeren voor de mensenrechten. Dat blijkt een rapport van Amnesty International dat terugblikt op de mensenrechtensituatie in 2018, en wordt gepubliceerd naar aanleiding van de 70ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.


"Verschillende wereldleiders hebben de aanval ingezet op vrouwenrechten en hanteren schaamteloos een misogyne retoriek. Deze leiders beweren verdediger te zijn van traditionele waarden en het gezin, maar in de realiteit voeren ze een beleid dat vrouwen hun rechten ontzegt", zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. "In ons jaaroverzicht zien we gelukkig ook dat we de proteststem van vrouwen niet mogen onderschatten. Vrouwenrechtenbewegingen zijn uiteraard niet nieuw, maar het afgelopen jaar zagen we wereldwijd weer meer vrouwen de straat op trekken om vrouwenrechten vurig te verdedigen."
In India en Zuid-Afrika protesteerden duizenden tegen wijdverspreid seksueel geweld. In Saoedi-Arabië en Iran voerden vrouwen moedig actie tegen respectievelijk het rijverbod en het verplicht dragen van de hoofddoek. In Argentinië, Ierland en Polen werd er massaal gedemonstreerd tegen strenge abortuswetten. In de VS, Europa en Japan namen miljoenen mensen deel aan vrouwenrechtenmarsen.
Vrouwelijke activisten die hun nek uitsteken om onrecht aan te kaarten, zetten echter ook hun leven en vrijheid op het spel. "Zo is er Ahed Tamimi, een jonge activiste die onterecht opgesloten werd omdat ze durft opkomen voor de rechten van Palestijnen", aldus Amnesty. Drie vrouwen zitten dan weer in een Saoedische cel omdat ze campagne voerden voor vrouwenrechten, terwijl de Braziliaanse Marielle Franco eerder dit jaar brutaal om het leven werd gebracht omdat ze zich onbevreesd inzette voor mensenrechten.