De ministerraad heeft vrijdag de tarieven verlengd voor het gebruik van werken, databanken en kopies bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek. De verlenging geldt voor een periode van vijf jaar. De tarieven worden wel geïndexeerd, meldt bevoegd minister Kris Peeters (CD&V).


"Deze verlenging zorgt voor de nodige rechtszekerheid en de mogelijkheid om de toekomstige budgetten correct in te schatten. De bestaande bedragen blijven behouden en voor de onderwijssector zijn dit redelijke tarieven", aldus minister Peeters.
Tot nu toe betaalden de onderwijs- en wetenschappelijke onderzoeksinstellingen in principe een forfaitaire vergoeding op de reproductieapparaten en een evenredige vergoeding per gereproduceerd beschermd werk. In de praktijk sloten de onderwijsinstellingen echter vaak overeenkomsten af met Reprobel, de beheersvennootschap die de rechthebbenden vertegenwoordigt.
Daarbij werd een schatting gemaakt van hoeveel beschermde reproducties een leerling of student per school- of academiejaar reproduceerde. Het volstond dan dat de onderwijsinstelling voor een bepaald school- of academiejaar het aantal leerlingen en studenten doorgaf aan Reprobel, dat op grond hiervan een factuur stuurde aan de betrokken onderwijsinstelling.
Bedoeling is dat ten laatste tegen maart 2019 een digitaal platform het levenslicht ziet. Daarop moeten de onderwijs- en wetenschappelijke onderzoeksinstellingen hun verplichtingen tegenover Reprobel zullen kunnen vervullen. Die administratieve vereenvoudiging zal volgens minister Peeters een kostenbesparing voor de onderwijs- en wetenschappelijke onderzoeksinstellingen opleveren.