Bij De Lijn werd gisteren, ondanks de nationale betoging tegen de pensioenplannen, 75 procent van de ritten uitgevoerd. Dat antwoordt Vlaams Mobiliteitsminister Ben Weyts (N-VA) vandaag in het Vlaams parlement op een vraag van Annick De Ridder (N-VA). Bij de vervoersmaatschappij werd voor de eerste keer een systeem van minimale dienstverlening uitgeprobeerd.

Gisteren betoogden de vakbonden tegen de pensioenplannen van de federale regering. Van vandaag tot en met zondag staken de socialistische en de liberale vakbond tegen de nieuwe structuur van De Lijn. Het bedrijf testte gisteren voor de eerste keer een systeem uit waarbij werkwillige chauffeurs worden ingezet op vooraf bepaalde prioritaire lijnen. Bij de verdeling werd 's ochtends gekeken naar criteria als een goede spreiding van de assen in alle windrichtingen, het aantal reizigers in de spits en welke bestemmingen het populairst zijn.

"Ongeveer 75 procent van de ritten werd woensdag uitgevoerd", zegt Weyts op basis van de eerste resultaten. "Donderdag zal dat wellicht iets meer zijn, omdat ACV woensdag heeft deelgenomen aan de betoging, maar donderdag niet aan de staking."

Bij De Lijn zelf nam gisteren ongeveer de helft van het personeel deel aan de acties. Bij de pachters, de onderaannemers, ging 80 tot 90 procent aan de slag.

Bij verschillende partijen wordt in scherpe bewoordingen gereageerd op de stakingen. "Dit begint op pestgedrag te lijken", zegt Annick De Ridder (N-VA). Volgens Marino Keulen (Open Vld) behoort staken tot de traditie bij een overheidsbedrijf.