Hof van beroep doet midden juni eerste uitspraak over DNA-test Delphine Boël © BELGA

De 43ste kamer van het hof van beroep van Brussel doet midden juni een eerste uitspraak over de DNA-test in de zaak Delphine Boël. Dat heeft de advocaat van koning Albert II, Meester Alain Berenboom, gezegd.

De advocaten van Delphine Boël vroegen opnieuw, nu aan het hof van beroep in Brussel, om een DNA-test af te nemen van koning Albert II. Boël wil aantonen dat hij haar biologische vader is. Het hof van beroep van Brussel besprak de zaak donderdag voor de eerste keer. Midden juni beslist het hof of er al dan niet een DNA-test komt bij Jacques Boël en koning Albert II. Later volgen dan de debatten ten gronde.

Delphine Boël outte zich in 1999 als de onwettige dochter van Albert II en diende in 2013 de vordering in om zich als dochter te laten erkennen door Albert II en eiste dat hij een DNA-test zou afleggen. Dat was mogelijk omdat Albert II sinds zijn aftreden in juli van dat jaar geen immuniteit meer genoot.

Volgens Boël had haar moeder Sybille de Selys Longchamps tussen 1966 en 1984 een relatie met de vorige koning van België. De kunstenares startte in 2013 tegelijk ook een procedure op voor het betwisten van het vaderschap door Jacques Boël. Hij besliste om die niet aan te vechten en legde een DNA-test af die uitwees dat hij inderdaad niet de biologische vader is.

Eind maart vorig jaar oordeelde de familierechtbank van eerste aanleg van Brussel het vaderschapsgeding van Delphine Boël ontvankelijk, maar niet gegrond. Het gerecht oordeelde dat er een familiale band bestond tussen de wettelijke vader, Jacques Boël, en de dochter, die zich gedurende vele jaren als dusdanig hebben gedragen en voorgehouden.