In 2017 werden er 822.576 Car-Pass-documenten afgeleverd, een record sinds de start van het systeem in 2006. 72.515 daarvan werden aangevraagd voor geïmporteerde occasies: dat aantal steeg op twee jaar met 36 procent. Deze trend is te verklaren door de toenemende vraag naar benzineauto's, waaraan de lokale occasiemarkt niet kan voldoen. Zo blijkt uit het Jaarverslag 2017 van Car-Pass.

Die import van vreemde occasies houdt een risico in, signaleert Car-Pass in zijn jaarrapport, aangezien er geen kilometerstanden beschikbaar zijn van deze auto's, met uitzondering van deze afkomstig uit Nederland. De kans op tellerfraude bij importwagens is bijgevolg veel hoger dan bij Belgische occasiewagens.

Vorig jaar kwamen er 1.557 gevallen van tellerfraude met Belgische occasies aan het licht. Dit is 0,21 pct van alle Car-Pass-certificaten, zonder rekening te houden met deze voor importvoertuigen. Een spectaculair voorbeeld van tellerfraude gaf een Mercedes Vito bestelwagen uit 2009. Zijn tellerstand verminderde van 917.040 naar 280.246 kilometer, een daling met zomaar eventjes 636.794 kilometer.

Sinds november 2016 wisselen Car-Pass en de Nederlandse RDW (de instelling die de registratie van gemotoriseerde voertuigen en rijbewijzen in Nederland verzorgt) tellerstanden uit van voertuigen die tussen België en Nederland verhandeld worden. Dankzij het project kwam aan het licht dat er bij 9,5 procent van de uit Nederland geïmporteerde auto's, met de teller was gesjoemeld. Maar deze in Europa unieke samenwerking heeft wel veel succes: op veertien maanden tijd is het aantal fraudegevallen met 42 procent gedaald.

"Het Europees Parlement heeft de efficiëntie van onze aanpak erkend en pleit voor een invoering in alle lidstaten", constateert Michel Peelman, gedelegeerd bestuurder van Car-Pass. "Het heeft immers becijferd dat dit de Europese consument jaarlijks 8,5 miljard euro kan doen besparen."